|
Als een hulpverlener
iemand de verbindingslijnen laat herkennen
tussen diens geloof en de wijze waarop deze
persoon zichzelf in de wereld ervaart, dan
vermindert diens gespletenheid. Zo wordt een
mens heel en geestelijk meer gezond.
In die
verbindingslijnen lijken drie patronen te
onderscheiden:
- de werkelijkheid
verschijnt als een moederlijk mysterie van
geborgenheid;
- de menselijke
geschiedenis wordt als een vaderlijk
appèl beleefd;
- Jezus wordt
ervaren als de persoon in wie God als partner
oplicht.
Als gelovigen deze
patronen leren zien, dan gaan zij zichzelf beter
kennen. Daardoor wordt geloven echter en
gezonder, en leidt het tot meer vrijheid en
verantwoordelijkheid.
Inhoud
- De religieuze
ervaring
- De
geloofservaring
- Gelovige
ervaring van geschiedenis
- De betekenis
van de psychische ontwikkelingsfasen voor de
geloofservaring
- Onze ervaring
van Christus
|