Prof-Pieper

Prof. dr. J.Z.T. Pieper

Bijzondere leerstoel vanwege het KSGV
“Levensbeschouwing en geestelij­ke volksgezondheid, met bijzondere aandacht voor de maatschappelijke aspecten”

Met ingang van 1 september 2015 is dr. Joseph Z.T. Pieper vanwege het KSGV benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de School of Catholic Theology van de Universiteit van Tilburg. De leeropdracht luidt “Levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid, met bijzondere aandacht voor de maatschappelijke aspecten” en betreft de wetenschappelijke doordenking van het belang van zingevingsvraagstukken, zoals die zich in de huidige maatschappij en cultuur voordoen.

De hedendaagse westerse Nederlandse samenleving heeft invloed op de aard van de zingevingsvragen die worden gesteld. Belangrijke thema’s zijn eenzaamheid, isolement, vergankelijkheid, verhouding jeugd-ouderdom, maakbaarheid, zelfredzaamheid, sociale ondersteuning, integratie, duurzaamheid etc. Maar ook de traditionele contingentie problemen (verlies van gezondheid, arbeid en relaties) vragen om een antwoord. De bronnen die antwoord geven op de zingevingsvragen zijn aan transformatie onderhevig. Het aanbod van de traditionele grote christelijke kerken wordt vaak niet meer of op een eclectische wijze benut. Mensen gaan op zoek naar bronnen vanuit een geloof dat meer individueel, meer ervaringsgericht, meer pluralistisch, meer aan de biografie gebonden, meer vraag gestuurd is en waarbij het Godsbeeld diffuser wordt. Nieuwe spiritualiteit, alternatieve geneeswijzen en de paarcultuur zijn hier uitdrukkingsvormen van. Maar ook volksreligieuze gebruiken handhaven zich.

Een belangrijke ontwikkeling in Nederland is de verschuivende verhouding tussen burger en overheid. De hulpbehoevende burger wordt eerst geacht zelf zijn problemen op te lossen d.m.v. zelfredzaamheid en activeren van sociale netwerken.  Daarna pas stelt de overheid een vangnet ter beschikking van professionele ondersteuning. Hierin past ook de extramuralisering in de gezondheidszorg en bijgevolg de noodzaak van heroriëntatie van het aanbod aan geestelijke verzorging, dat vooral aan instellingen (zorginstellingen, krijgsmacht, justitie) gebonden was.

Hoe nu gaan burgers in deze laat-moderne condities van de Nederlandse samenleving om met hun zingevingsvragen? In hoeverre is er sprake van zelfredzaamheid (in de vorm van een zelf samengesteld levensbeschouwelijk coping-repertoire), in hoeverre van een beroep doen op intermediaire groepen (en welke rol speelt de plaatselijke geloofsgemeenschap hierin) en in hoeverre is er behoefte aan professionele ondersteuning (in de vorm van begeleiding door geestelijk verzorgers)?

Deze leerstoel wil inzicht verwerven in nieuwe en traditionele zingevingsvragen, levensbeschouwelijke antwoorden, vormen van begeleiding en effecten op herstel, welzijn en zelfvervulling. Zo kan de leerstoel bijdragen aan het bevorderen van de uitwisseling tussen deskundigen op het gebied van levensbeschouwing en zingeving en deskundigen op het gebied van maatschappelijke ontwikkelingen. Op deze wijze worden twee paradigma’s met elkaar verbonden, die samen meer zicht geven op de samenhang tussen levensbeschouwing, zingeving en psychisch functioneren enerzijds en de maatschappelijke context anderzijds. Een belangrijk aandachtsgebied is hierbij de vraag in hoeverre levensbeschouwing en zingevingsaspecten een bijdrage kunnen leveren aan de herstel, veerkracht en empowerment van mensen die te maken hebben met een psychische ziekte en welke rol maatschappelijke ontwikkelingen hierbij spelen.

Jos Pieper (1953) studeerde cultuur- en godsdienstpsychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en promoveerde op een proefschrift over motivaties voor het sluiten van een kerkelijk huwelijk. Hij werkte als universitair docent aan de Universiteit voor Theologie en Pastoraat te Heerlen, de Radboud Universiteit Nijmegen, tot voor kort aan de Universiteit Utrecht en al 16 jaar aan de Universiteit Tilburg.

Zijn onderwijs omvat cursussen als theorieën en methoden van de godsdienstpsychologie; coping, crisis en ritueel; spiritualiteit en mystagogie en antropologie en psychopathologie.

Zijn onderzoeksactiviteiten vallen te clusteren rond drie thema’s:

  • Religie en (geestelijke) gezondheid: Onder welke condities is religie bevorderlijk voor de lichamelijke en psychische gezondheid en onder welke condities niet? De religieuze coping-theorie is hierbij de leidraad.
  • Ritualiteit: Onderzoek naar rituelen als het kerkelijk huwelijk en bedevaarten.
  • Nieuwe spiritualiteit: Verhouding tussen traditioneel christelijk geloof en nieuwe vormen van spiritualiteit.

Verder is hij maatschappelijk actief als:

  • lid van het bestuur en de redactiecommissie van het KSGV
  • raadslid gemeente Onderbanken

De bijzonder hoogleraar zal in samenwerking met de andere bijzondere KSGV leerstoelhouders zijn werk doen. Met name zal met de reeds langer aan Tilburg verbonden bijzondere leerstoelhouder (prof. dr. Marinus van Uden) worden samengewerkt.

De bijzondere leerstoel heeft de omvang van 0,2 fte en is gesitueerd bij het departement Praktische Theologie en Religiewetenschappen van de Tilburg School of Catholic Theology. Deze vakgroep is de aangewezen plaats voor de bijzondere leerstoel, omdat de beoogde toespitsing van de leerstoel nauw aansluit bij de doelstelling van de masteropleiding theologie: mensen opleiden die zich voorbereiden op een kerkelijke, maatschappelijke of wetenschappelijke functie die te maken heeft met geloof, zingevingsvragen en existentiële vragen, onder meer in het parochiepastoraat, de categoriale zielzorg en het onderwijs. Bovendien is de andere KSGV leerstoelhouder, die zich op de meer individuele aspecten richt, hier ook ondergebracht.

Voor het toezicht op de bijzondere leerstoel fungeert een Raad van Toezicht, die inzake het functioneren van de bijzondere leerstoel jaarlijks rapporteert aan het bestuur van de School en het bestuur van het KSGV.

De Raad van Toezicht kent vier leden:

  • prof. dr. M.H.F. van Uden, (voorzitter), hoogleraar religiepsychologie, en bijzonder hoogleraar ‘Levensbeschouwing en geestelijke volksgezondheid, met bijzondere aandacht voor de psychologische aspecten’ vanwege het KSGV aan Tilburg University.
  • prof. dr. M. Sarot, hoogleraar fundamentele theologie en decaan, Tilburg School of Catholic Theology, Tilburg University.
  • prof. dr. G.A.F. Hellemans hoogleraar religiesociologie, Tilburg School of Catholic Theology, Tilburg University.
  • mevr. dr. C.G. Vergouwen, cultuur- en godsdienstpsycholoog, oud-coördinator Pastoraal Psychologische Leergang te Utrecht, staflid Karmelitaans Centrum voor Spiritualiteit te Haarlem en KSGV bestuurslid.

Enkele belangrijke publicaties zijn:

  • J.Z.T. Pieper (1988). God gezocht en gevonden? Een godsdienstpsychologisch onderzoek rond het kerkelijk huwelijk met pastoraaltheologische consequenties. Dekker en van de Vegt, Nijmegen.
  • J.Z.T. Pieper (1990). Godsdienstpsychologie (Otho-deelmodule). Kok, Kampen.
  • P. Post, J. Pieper, M. van Uden (1998). The modern pilgrim. Multidisciplinary explorations of christian pilgrimage. Peeters, Leuven.
  • Joseph Pieper, Marinus van Uden (2005). Religion and coping in mental health care. Rodopi, Amsterdam.
  • J. Pieper (2012). Religieuze coping: Ontwikkelingen en onderzoek in Nederland. Psyche en Geloof, 23-3, 139-149.
  • K. de Groot, J. Pieper, W. Putman (red.) (2013). Zelf zorgen voor je ziel. Over de actualiteit van christelijke spirituele centra. Parthenon, Almere.
  • Marinus van Uden, Joseph Pieper & Hessel Zondag (2014). “Knockin’ on Heaven’s Door”. Religious and Receptive Coping in Mental Health. Shaker, Aachen.
Foto Jos Pieper

Webpagina prof. Pieper Universiteit van Tilburg